Johann Sebastian Bach (1685-1750)

Tot de vele verplichtingen, die de Thomascantor in Leipzig te vervullen had, behoorde ook het componeren voor speciale gelegenheden. Bach componeerde op z'n minst drie motetten voor uitvaart- of herdenkingsdienst, de ‘Gedächtnisgottesdienst' die Salomon Deyling vanaf 1722 organiseerde voor de gestorvenen uit de hogere kringen.

Komm, Jesu, Komm hoort bij die drie motetten. Het heeft een strofische tekst. Motetten bedienen zich van bijbelteksten of van teksten die op het bijbelwoord zijn gebaseerd. De tekst is van de hand van Paul Thymisch, geschreven ter gelegenheid van de begrafenis van de rector van zijn school, de Thomasschule. Johann Schelle, een van de voorgangers van Bach als Thomascantor, componeerde in 1684 al muziek op deze tekst. Genoemde tekst bestond uit elf strofen, waarvan Bach alleen de eerste en de laatste strofe gebruikte. De tekst is gebaseerd op Johannes 14,6: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven, niemand komt tot de Vader dan door mij.” Vandaar ook de tegenstelling tussen “der saure Weg” en “der rechte Weg”.

Het motet bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een polyfoon-imitatorische zetting voor dubbelkoor, het tweede deel een aria, een liedachtige homofone zetting.

Niet alle motetten van Bach zijn in het originele handschrift bewaard gebleven. Dat verklaart de talloze discussies over de authenticiteit van deze werken en het juiste aantal. Een ander gevolg van het gebrek aan deugdelijk bronnenmateriaal is het gemis aan informatie betreffende de uitvoeringspraktijk. Moeten de motetten nu met of zonder begeleiding worden uitgevoerd? In de 19 e eeuw was men van mening dat de polyfonie beter gediend was met een puur vocale uitvoering. Echter, bestudering van afbeeldingen e.d. leert ons dat al tijdens de renaissance (de gouden eeuw van de polyfonie) instrumenten werden toegevoegd om het koor te ondersteunen en te versterken.

Van een van Bachs motetten, ”Der Geist hilft unsere Schachheit auf”, is bekend hoe hij die zelf uitvoerde: strijkers begeleidden het eerste koor, houtblazers (hobo's en fagot) het tweede koor. De instrumenten hadden geen zelfstandige functie, maar speelden colla parte om zoals gezegd de zangers te steunen.

Komm, Jesu, komm (BWV 229) is alleen uit tweede bron overgeleverd, een precieze datering en instrumentatie ontbreken. Wij zullen dit motet zoals boven beschreven uitvoeren.