Michel-Richard de Lalande (1657-1726)

In 1683, nadat de hofhouding van Louis XIV naar Versailles was verhuisd, schreef de Zonnekoning een wedstrijd uit om vier kapelmeesters , ‘sous-maîtres', voor de Chapelle Royale te kunnen benoemen. De positie van Lully als maître was onaantastbaar, zowel De Lalande als Charpentier hebben in het begin van hun loopbaan in de schaduw van deze meester gestaan. Iedere sous-maître was drie maanden per jaar aan het hof actief. Een van de gelukkig was de vijfentwintigjarige Michel-Richard de Lalande die, toen Louis XV veertig jaar later gekroond werd, alle vier de posten bekleedde.

Zijn werk bestond uit het opluisteren van de dagelijkse “messe basse solennelle”. Tijdens het lezen van deze mis voerden de muzikanten steeds eerst een grand motet voor solisten, koor en orkest uit, daarna een petit motet, om vervolgens te besluiten met het “Domine, salvum fac regem” (Heer, zegen de koning). Kort na zijn benoeming tot sous-maître kreeg hij tevens de functie van ‘compositeur de la musique de la chambre' (1685), om daarna op te klimmen via de functie van ‘surintendant de la musique de la chambre' (1689) tot ‘maître de la musique de la chambre' (1695).

De Lalande, begonnen als koorknaap in de Saint-Germain-l'Auxerrois te Parijs, was jarenlang organist van vier kerken aldaar. Hij was getrouwd met Anne Rebel, met wie hij twee dochters had. Na de dood van Anne hertrouwde hij met Marie-Louise de Cury. De Lalande is gestorven aan een longontsteking. Hij ligt begraven in de Chapelle Royale te Versailles, de plaats waar hij 43 jaar gewerkt heeft.

De profundis is waarschijnlijk gecomponeerd voor de begrafenis van koningin Marie-Louise van Spanje, een nicht van Louis XIV. De tekst is gebaseerd op psalm 120: “Uit de diepte roep ik tot U, O Heer”. Het werk is door De Lalande zelf herzien en uitgebreid met het requiem in 1715 en uitgevoerd bij de uitvaart van de koning. Dit toegevoegde requiem is een van de meest indrukwekkende polyfone koorwerken uit de barok.

De profundis is een zogenaamd “Grand Motet”, een tot aan de Franse Revolutie zeer gangbaar genre. Deze motetten, meerdelige religieuze werken voor koor, solisten en orkest, werden speciaal gecomponeerd voor de Chapelle Royale om de koning van de hemel, maar vooral de koning van Frankrijk te loven en te prijzen. De Lalande schreef er 77. Vanaf 1725 werden deze motetten ook uitgevoerd tijdens openbare concertseries te Parijs (Concert Spirituel). Dat De Lalande's muziek al in zijn tijd populair was blijkt uit het feit dat zijn motetten daar meer dan 600 keer zijn uitgevoerd.

Collin de Blamont, leerling van De Lalande, zegt over de componeerstijl van zijn leermeester:

“Zijn grote verdienste….bestond uit zijn bijzondere melodiekeuze, onberispelijke harmonieën en edele expressie….enerzijds diepzinnig en geleerd, anderzijds simpel en natuurlijk…. de geest wordt fris gehouden….door de originele wijze waarmee hij versieringen in zijn muziek toepast, en door de gracieuze melodieën die dienen als tegenwicht voor de zeer complexe koordelen.”