Francesco Durante (1684-1755)

Ruw, onsympathiek en zwijgzaam. Deze karakter-eigenschappen werden toegeschreven aan Durante, een tijdgenoot van J.S. Bach. Het moet een zonderling mens geweest zijn, zijn hele voorkomen was als dat van een zwerver. Behalve zijn gepoederde pruik en zijn driekanten steek, daar was hij zuinig en trots op. Er is maar weinig bekend over zijn levensgeschiedenis. We weten dat Durante het zevende kind was uit een gezin van elf, geboren in de buurt van Napels. Dat hij driemaal getrouwd was en dat hij hoogstwaarschijnlijk in Rome gestudeerd heeft bij Pasquini en Pitoni. Durante stond bij vakgenoten in hoog aanzien. Niet alleen als componist, maar vooral als pedagoog. Hij werd in 1728 benoemd als "primo maestro" van het conservatorium "Poveri di Gesu Cristo" te Napels. Vanaf 1728 bekleedde hij deze functie aan het conservatorium "S. Maria di Loreto" eveneens te Napels en vanaf 1744 ook aan het conservatorium "San Onofrio" ook te Napels. Tot zijn beroemdste leerlingen behoorden Pergolesi, Piccini en Paisiello. Als componist kennen we hem voornamelijk van zijn kerkelijke composities. Opvallend is dat Durante geen opera's heeft gecomponeerd, dit in tegenstelling tot zijn collega's te Napels. Opera was juist volop in de mode! Het Magnificat in Bes is veruit het bekendste en mooiste geestelijke werk dat hij heeft gecomponeerd.

Het eerste en het laatste deel van het Magnificat zijn bijna hetzelfde gecomponeerd, met de psalmmelodie als cantus firmus (gegeven stem) in de sopraanpartij. Deze cyclische structuur is bij de Napolitaanse componisten uit de tweede helft van de 18 e eeuw populair. Ook is het gebruikelijk tijdens de Barokperiode, dat muzikale principes volgens de leer der Retorica (welsprekendheid) worden toegepast. Dat wil zeggen, dat de componisten uit die tijd veel symboliek in hun muziek "verstoppen".