Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791)

Mozarts creatieve begaafdheid openbaarde zich reeds op vijfjarige leeftijd. Hij bespeelde vier instrumenten: piano, orgel, viool en altviool.

In historisch perspectief bezien blijkt Mozart een figuur met talrijke facetten te zijn. In zijn hoofdzakelijk in Salzburg geschreven kerkmuziek zijn nog vele barokelementen te vinden. In de jaren zeventig werd hij door de geest van de 'Sturm und Drang' geraakt en componeerde hij werken die duidelijke voorboden van de romantiek zijn. Op sommige gebieden verwerkte hij op persoonlijke wijze wat door anderen gevonden was; zo was Joseph Haydn zijn grote voorbeeld op het terrein van het strijkkwartet. Grondlegger was Mozart op het gebied van het pianoconcert. De wijze waarop hij tegenover het solo-instrument een rijk bezet orkest plaatste, waarin de blaasinstrumenten een zelfstandige dialoog met de piano voeren, was volkomen nieuw; zijn concerten zijn het voorbeeld voor alle latere componisten gebleven. In zijn Italiaanse opera's stelde hij alles in de schaduw wat tot dan op dit gebied gecomponeerd was.

Mozart heeft een ongelofelijke hoeveelheid composities nagelaten, die per genre gerangschikt zijn in de numerieke K.V. (Köchel-Verzeichnis, 1937). De Mis in d-min K.V. 65 die wij dit jaar gaan uitvoeren is Mozarts tweede mis (van de 19 die hij er geschreven heeft), en is gecomponeerd rond 14 januari 1769. Wolfgang was toen 12 jaar. Het jaar 2006 wordt een belangrijk Mozartjaar, want dan is het namelijk 250 jaar geleden, dat hij werd geboren.