Recensies 2002

Muziek maken, dat kunnen ze bij Qui Vive

door Rien Frölich, Delftsche Courant.
Immanuelkerk, Muzikaal ensemble Qui Vive en solisten met werken van De Lalande, Bach en Charpentier. Gehoord: zaterdagavond 28 september 2002.

Ze noemen zich “Muzikaal ensemble Qui Vive”, of eigenlijk “Ensemble musical”, want de meest concerten geven ze in Frankrijk. De meeste van de koor- en orkestleden van het ensemble zaten vroeger op het Stanislas College in Delft, waar ze les hadden van Ad van Unen. Hij is de bindende factor en de dirigent.

In het programmaboekje van het “thuisconcert” dat Qui Vive zaterdagavond in de Immanuelkerk aan de Prof. Schoemakerstraat gaf wordt over Qui Vive en zijn dirigent met geen woord gerept. De muziek, daar gaat het om. En muziek maken kunnen ze bij Qui Vive, zelfs als de omstandigheden niet optimaal zijn. Dat waren ze zaterdag niet: het podium in de Immanuelkerk is te ondiep, zodat koor en orkest zich “in de breedte” moeten opstellen en dat is voor deze muziek rond de wisseling van zeventiende en achttiende eeuw niet bevorderlijk, evenmin als de wat koele en tamelijk droge akoestiek.De verlichting op dat podium is ook niet optimaal: het is moeilijk om daar je partij te lezen.

Maar het deerde allemaal niet, want aan het muzikale resultaat waren de handicaps niet af te horen: deze koristen en musici gedragen zich als professionals.

Het programma, De profundis clamavi en requiem van Michel-Richard De Lalande, het motet Komm, Jesu, Komm van Johann Sebastian Bach en Te Deum, van Marc-Antoine Charpentier had een mooie samenhang. De Lalande en Charpentier immers dongen in 1683 beiden naar de post van kapelmeester (“sous-maître”) van de Chapel Royale in Versailles. De Lalande werd het, Charpentier kon door ziekte niet aan de tweede ronde deelnemen en werd later “maître de musique” van de Sainte Chapelle, na die van de Chapelle Royale de belangrijkste, meest eervolle positie voor een componist in Frankrijk, zo laat het programmaboekje ons weten. Franse muziek dus, niet zo vreemd voor een koor en orkest dat ieder jaar op concertreis naar Frankrijk gaat. Daaraan een motet van Bach toevoegen als trait-d'union geeft een interessant contrast.

Qui Vive heeft zich als zelfstandig amateur- en conservatoriumensemble ontwikkeld tot een zeer hoge standaard. Het koor, waarin de vijf goed gekozen solisten van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag opgaan als zij geen solopartij te zingen hebben, klinkt fris en mooi homogeen. Van die solisten, de sopranen Wendy Roobol en Anke van der Kooij, Maria Kuijpers, alt, Remco Nitschelm, tenor, en Joost van Velzen, bas, frappeerde Anke van der Kooij met een schitterend “Te ergo quaesumus”.

Glanzend

Het orkest, dat met enkelvoudig bezette, maar glanzende, haarzuivere strijkers een fraaie balans weet te bereiken, is al evenzeer van uitstekende kwaliteit. Een ingetogen De profundis, een prachtig open en sereen gezongen Bach-motet, waarvoor uit historisch oogpunt verdedigbaar de versie met instrumentale begeleiding was gekozen en een stralend Te Deum was het klinkend resultaat van één dag repeteren. De kerk werd voor dit gratis concert voornamelijk bevolkt door (oud) Stanislassers en ouders. Het wordt tijd dat Delft door krijgt dat het “thuisconcert” van Qui Vive ook voor muziekfanaten die ‘alleen voor het beste komen' een ‘must' is.