Recensies 2003

Qui Vive, een allegaartje en een wonder

door Rien Frölich, Delftsche Courant.
Hervormde Kerk Schipluiden. Muzikaal Ensemble Qui Vive o.l.v. Ad van Unen met 'Magnificat'. Gehoord: zaterdagavond 27 september 2003.

Schipluiden - Het ensemble is een allegaartje, het programma lijkt ook samengerapt. En wat doen ze in Schipluiden? Muzikaal Ensemble Qui Vive ontstond als een reünistenclub van het Stanislas College. Oud-leerlingen, die allemaal hebben gespeeld onder muziekleraar Ad van Unen. Ieder jaar kamperen ze in Frankrijk en geven er een paar concerten. Aan het eind van de zomer komen ze nog een keer in Delft bij elkaar.

Inmiddels heeft Qui Vive nog maar en paar oud-Stanislassers. Er zijn conservatorium studenten bijgekomen en amateurs. Dat 'allegaartje', twaalf instrumentalisten en een koor van 36 zangers, negen voor elke stem, trof elkaar zaterdag in de Hervormde Kerk in Schipluiden.

Onder de noemer 'Magnificat' brachten ze Magnificats van Durante en Pärt. Groter tegenstelling kun je je nauwelijks denken. Vivaldi en de in 1933 geboren Pool Górecki vormen ook al verschillende werelden.

Maar Qui Vive is een wonderlijke club. Merkwaardigerwijze klopte dit zonder pauze uitgevoerde concert in alle opzichten. De ruimte, de muziek, de manier van spelen en zingen, maar vooral het vermogen van Ad van Unen om zijn musici op één lijn te brengen oefenden een dwingen aantrekkingskracht uit. De intensiteit van hun musiceren heeft iets van "Luister, wij hebben iets te melden".

Die greep was er al meteen. Na de prachtig op de altblokfluit gespeelde Maria-lofzang van Jan van Eyk viel Van Unen met Durante´s Magnificat letterlijk met de deur in huis. Er mocht dan geen sprake zijn van barokke strijkinstrumenten, het instrumentaal ensemble, met Delftenaar Bert Pelser aan het kistorgel, speelde in een prachtige barokke stijl, mooi ademend en met een minimum aan vibrato. Het fraai zingende koor leverde bewonderenswaardige solisten uit eigen gelederen

Het Magnificat van de Estlander Arvo Pärt, die tussen 1968 en 1971 onder meer de organumtechniek van de Notre-Dameschool bestudeerde, sloot daar wonderwel op aan. Mooi mengende koorstemmen in een veleisende wereld van harmonie en samenklank.

Door violisten en blokfluitisten staande gespeeld - zo kon het publiek het achter het hek verborgen orkest ook echt zien spelen, klonk Vivaldi's vioolconcert in g, met een door concertmeester Quirijn Calis fraai gespeelde solopartij en veel dankbaar solowerk voor de blazers.

Górecki schreef zijn Totus tuus, een lofzang op Maria, voor een pelgrimage van Paus Johannes Paulus II naar zijn geboorteland Polen. Fascinerende muziek, dwingend door de hypnotiserende herhaling van de woorden Mater Mundi en Maria, die je bijna doen vergeten wat dit van een a cappella zingend koor vergt. Schitterend.

Bijna ontspannend klonk daarna Vivaldi's Gloria, met wederom prachtige solisten uit het koor. Fris en levendig en met die muzikale inzet gespeeld is dit 'doodgezongen' Gloria een genot om te horen. De bravo's waren - terecht - niet van de lucht.