Met dank aan Luisterclub Klassieke Muziek Burgum, alwaar Eeltje de Vries een lezing gaf en waarvan de onderstaande tekst is overgenomen.
Het is niet precies bekend wanneer Purcell de opera Dido en Aeneas heeft geschreven. Meestal zie je als jaartal voor de eerste uitvoering 1689. Evenmin is met zekerheid bekend waarvoor de opera is gecomponeerd. Vaak lees je het verhaal dat de opera geschreven zou zijn voor een kostschool van adellijke dames en dat daar ook de eerste uitvoering zou hebben plaats gehad. Het is wel waar dat de opera uit te voeren is met een gering aantal deelnemers en dat er weinig nodig is voor het toneel. Toch zijn er onmiskenbaar ook rollen die door een man gezongen moeten worden (denk aan Aeneas en de zeeman) en het is niet duidelijk of op een kostschool voor adellijke dames dergelijke mannenrollen vervuld konden worden.
Dido (of Elissa): Dido was afkomstig uit Tyrus (Foenicië). Zij was eerst getrouwd met Sychaeus. Haar man was gedood door de broer van Dido, Pygmalion. Hierna was Dido met veel goud en andere schatten uitgevaren en had Carthago gesticht.
Aeneas: Een held uit de Trojaanse oorlog. Na de val van Troje (de geschiedenis van het houten paard) had Aeneas met zijn vader Anchises en zijn zoon Ascanius Troje met veel schatten verlaten. Het was niet meer gelukt om de vrouw van Aeneas, Creusa, uit het brandende Troje te redden.
Belinda: Hofdame van Dido, misschien ook wel haar zuster
De tovenares en de heksen: Dezen willen niet dat Troje herleeft in Carthago en zijn dan ook uit op de ondergang van Aeneas en ook van Dido.
Bronnen: Het libretto (=de tekst) van de opera is geschreven door Nahum Tate, gebaseerd op het boek Aeneis van Vergilius. Vergilius leefde van 70 tot 19 voor Christus en schreef gedurende tien jaar dit boek om Rome en speciaal keizer Augustus te verheerlijken. Volgens dit boek stamde Rome (en in het bijzonder ook keizer Augustus) af van de Trojanen. Aeneas veroverde de omgeving van het latere Rome, waar zijn zoon Ascanius (ook Julus genoemd) de stamvader werd van de stichter van Rome, Romulus. De tweelingen Romulus en Remus werden gezoogd door een wolvin. Zij waren de zoons van de priesteres Ilia en de oorlogsgod Mars.
Voorgeschiedenis: Carthago was gesticht door Dido, die nadat haar
broer Pygmalion haar man had gedood uit Tyrus was vertrokken met veel goud en
schatten. Carthago zou later een belangrijke stad worden en een groot rivaal
worden van Rome. Aeneas was na zeven jaar zwerven langs allerlei eilanden zoals
Kreta terecht gekomen op Sicilië. Door toedoen van de oppergod Jupiter had
hij de opdracht gekregen het vergane Troje te laten voortleven in Rome. Hij (of
zijn nageslacht) zouden Rome moeten stichten en tot bloei laten komen. Troje
zou dan nieuwe roem verwerven als Rome, het nieuwe Troje. Daarom verliet Aeneas
Sicilië op weg naar Rome. Door de godin Juno, de zuster en gemalin van
Jupiter werd er voor gezorgd dat door een vreselijke storm de twintig schepen
van Aeneas voor een groot deel vergingen. Slechts zeven schepen kwamen voor
Carthago op de kust terecht. Aeneas ging op weg naar de schitterende stad. In
de stad bleken veel van de verloren gewaande Trojanen nog te leven: slechts
één schip bleek vergaan te zijn. Aeneas werd met veel egards
ontvangen door Dido.

Enkele bijzonderheden: In de tekst komen soms personen of landstreken
voor die niet voor iedereen direct duidelijk zijn. Dat zijn:
Beldam (of Beldame) = een afzichtelijke oude vrouw (Tweede bedrijf, eerste tafereel,
Diana = de godin van de jacht, ook maangodin (Tweede bedrijf, tweede tafereel),
Actaeon = een jager die in een hert veranderd werd toen Diana en haar nimfen bij het baden bespiedde. Hij werd als hert verscheurd door zijn eigen jachthonden (Tweede bedrijf, tweede tafereel)
Hesperische kust = de kust van Italië (Tweede bedrijf, tweede tafereel),
Phoebos = hier de zonnegod (Derde bedrijf, eerste tafereel).
![]()
Eerste bedrijf: Na de ouverture vraagt Belinda aan Dido haar zorgen te vergeten. Dido wil haar liefde verbergen, omdat ze er niet zeker van is dat de liefde wederzijds is. Belinda zegt dat het verdriet door het verbergen van de liefde groter wordt. De tweede vrouw hoopt er op dat Carthago een grootse toekomst tegemoet gaat en dat Troje zal herleven: zij hoopt op een huwelijk tussen Dido en Aeneas. Dido bezingt de deugden van Aeneas. Belinda, de tweede vrouw en het koor zeggen dat Dido geen gevaar hoeft te duchten: Aeneas houdt ook van Dido. Dan verschijnt Aeneas. Hij verklaart dat zijn lotsbestemming de liefde voor Dido is. Cupido doet de rest! Aeneas vraagt Dido om mededogen met hem, vooral ook om zijn rijk. Belinda wenst dat de liefde overwint. Het koor zingt over de triomf van de liefde. Tot slot een triomfantelijke dans. Helaas, de tovenares ligt al op de loer.
Tweede bedrijf, eerste tafereel: De tovenares komt op onder begeleiding van de strijkers. De strijkers scheppen een dreigende sfeer. De heksen broeden het plan uit om de jachtpartij die voor het huwelijk zou worden gehouden te verstoren door een donderbui. Ze willen Dido en Aeneas naar het hof terugdrijven om zo de gelegenheid die de jachtpartij zou bieden voor de ontluikende liefde te verstoren. Het koor (ook een echokoor) begeleidt het geheel met een dans van de furiën, met donder en bliksem en afschuwelijke muziek.
Tweede bedrijf, tweede tafereel: Het begint heel plezierig met de jachtpartij in het woud. De tweede vrouw vertelt het verhaal van Actaeon, die in ditzelfde bos door zijn eigen honden werd verslonden. Dit is misschien een slecht voorteken. Aeneas verschijnt met een geweldige kop van een wild zwijn. Dido huivert er van. Direct daarna breekt de gearrangeerde donderbui los. Iedereen zoekt een veilig heenkomen. De (nagebootste) Mercurius brengt aan Aeneas de boodschap om diezelfde nacht nog te vertrekken om naar Italië te gaan. Aeneas klaagt over zijn bitter lot, maar stemt toe te vertrekken en Dido in de steek te laten.
Derde bedrijf, eerste tafereel: Na de prelude (orkest) komen de zeelui aan het woord. Er wordt vrolijk (en enigszins op een ruwe manier) gezongen over het op handen zijnde vertrek uit Carthago. De tovenares en de heksen vieren hun overwinning met vrolijk gezang. Intussen maken ze nieuwe plannen: Aeneas moet door een storm op zee worden getroffen en omkomen. De heksen verheugen zich er op dat Elissa (=Dido) vandaag moet bloeden en dat Carthago morgen in vlammen op zal gaan. Het tafereel besluit met de heksendans. De zeelui verlaten het gezelschap heksen.
Derde bedrijf, tweede tafereel: Het lijkt alsof Dido berust in haar
lot. Aeneas komt terug en wordt met woede bejegend door Dido omdat hij haar zo
maar in de steek wil laten. Ook als Aeneas zich bedenkt en aankondigt om bij
Dido te blijven is Dido onverbiddelijk: eenmaal verlaten door Aeneas vindt ze
het alleen maar laf als hij zich nu pas bedenkt. Het koor zingt dat grote
geesten (zoals Aeneas) tegen zichzelf samenspannen. Dido zingt haar klaagzang
en met de woorden Remember me sterft ze. Tenslotte zingt het koor een
lied om te rouwen om Dido.
![]()