|
Mis in d-mineur KV 65 van W.A. Mozart
Dit werk is geschreven in d-mineur, een ongebruikelijke
toonsoort: het moest echter een mis voor de Vastentijd worden. De mis
werd voor het eerst uitgevoerd op 5 februari in de Collegekerk in Salzburg
bij de aanvang van de Veertigdagentijd.
Het manuscript van deze mis bevat twee eerdere, afgekeurde pogingen om
het Benedictus op muziek te zetten. Mozart koos voor de derde versie met
de chromatische toonzetting, die hij mogelijk pas een paar jaar later
heeft toegevoegd.
De mis is in overeenstemming met het standaardmodel van de Missa brevis,
waarin sommige frasen van het Credo "in elkaar zijn geschoven",
dat wil zeggen dat verschillende delen van de tekst over andere zijn geplaatst
terwille van de beknoptheid. Dit gebruik werd door de latere Aartsbisschop
van Salzburg, graaf Hieronymus Colloredo afgekeurd, de aartsbisschop van
dat moment Prins-Aartsbisschop Sigismund, graaf Schrattenbach, was toegeeflijker
op dit gebied.
|
|
Vespers van S.V. Rachmaninov
Sergei Rachmaninov groeide op met religieuze muziek en componeerde in
1915 aan de vooravond van de Russische Revolutie zijn Vespers voor de
Nachtwake van Pasen. Hij gebruikte daarvoor oorspronkelijke, eeuwenoude
melodieën, waaraan hij in zetting en toevoegingen een eigen stijl
gaf. Hij wist er een groots geheel van te maken door zijn "chorische
orkestratie", waarbij hij de stemgroepen veelvuldig opsplitste. De
eisen die aan het koor worden gesteld zijn zeer hoog: ze vragen een zeer
grote stemomvang met extreem diepe baspartijen en hoge sopraanpassages.
Voor Rachmaninov behoorde zijn Vespers tot zijn belangrijkste werken:
de 5e hymne werd ook bij zijn begrafenis gezongen.
De Vespers (die wij in de westerse liturgie ook kennen, maar dan met deels
andere teksten) is de avondgebedsdienst die werd uitgevoerd op zaterdagavond
of aan de vooravond van een feestdag. In de Russisch-orthodoxe kloosters
duurt deze wake voor de gehele nacht (ofwel de All-night Vigil) van de
Vesperviering bij zonsondergang tot en met de vroege viering van de Metten
bij zonsopgang. Rachmaninov heeft alleen de 15 vaste gezangen op muziek
gezet, en zo duurt de totale compositie ongeveer een uur.
2. Blagoslovi dushe moya gospoda.
Gezegend zijt gij onze God.
Amen. Gezegend zijt gij mijn God. Prachtig zijn uw werken mijn God. Kom
en leid ons. De wateren stromen uit de bergen. Prachtig zijn uw werken
mijn God. Gij hebt alles geschapen. Ere zij u mijn God. Schepper van alles.
6. Bogoroditse Devo.
Moeder van God, Virgine.
Moeder van God, Virgine. Verheugt u, gezegend zijt gij Maria, Moeder van
God. Verheugt u, verheugt u, Gij hebt onze verlosser gebaard. Redder van
onze zielen. Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht
van uw schoot. Gij hebt onze verlosser gebaard. Verlosser van onze zielen.
|
|
La tempesta di Mare van A. Vivaldi
Vivaldi was een meester in het toonzetten van sfeerbeelden en stemmingen,
op een manier die velen nu nog steeds tot de verbeelding spreekt. Hij
schildert met melodie, harmonie en klankkleur zoals een schilder kleuren
mengt op zijn palet, daarbij steeds contrasten makend tussen levendige
virtuositeit en verstilde eenvoud, licht en donker, het aardse en het
hemelse.
Van het concert dat wij ten gehore brengen, 'La Tempesta di Mare' ofwel
Storm op Zee, zijn verschillende versies bekend: een vioolconcert, een
fluitconcert en een concert voor gemengde bezetting. Vreemd genoeg vertoont
het vioolconcert slechts in grote lijnen gelijkenis met het fluitconcert,
dat oorspronkelijk werd geschreven voor blokfluit maar later door Vivaldi
zelf werd bewerkt voor de toen in opkomst zijnde traverso (flauto traverso
/ flute traversière; voorloper van de moderne dwarsfluit).
De versie voor gemengde bezetting echter, is wel gebaseerd op het fluitconcert,
waarbij de strijkers deels zijn vervangen door blazers. Het resultaat
is een een kamermuziekwerk voor solo fluit, hobo, viool en fagot, strijkers
en basso continuo. Dit stuk met z'n afwisselende klankkleuren, was Qui
Vive op het lijf geschreven en is dan ook gekozen voor dit concert.
Het eerste deel van 'La Tempesta' met zijn welhaast stormachtige energie,
lijkt het meest verbonden met de titel. Toch stelt de muziek, zo wordt
wel gesteld, niet zozeer een directe uitbeelding van een storm voor, als
wel de opwinding en het plezier die men ervaart bij het waarnemen ervan
op een afstand. Met de levendigheid die zo kenmerkend is voor Vivaldi,
wisselen solo- en tuttipassages elkaar af.
In het middendeel lijken we ons plotseling in een windstilte te bevinden.
Prachtig zijn de momenten, waar alleen fagot en clavecimbel met de fluit
samenklinken. Een stilte voor de storm, wellicht, want het afsluitende
presto is opnieuw een feestelijke uitbarsting van energie.
(met dank aan Saskia Teunisse-Schut)
|
|
Te Deum van M.R. Delalande
"Te Deum" zijn de eerste twee woorden van "Te Deum Laudamus",
Latijn voor "Wij prijzen U, O God", een dankhymne. Het gezang
vormt het slot van de Metten, het eerste ochtendgebed van de kloosterlingen.
De Latijnse tekst is dikwijls gearrangeerd voor koor en orkest
Het Te Deum is één van de oudste liturgische gezangen van
de westerse kerk. Vermoedelijk reeds ontstaan in de eerste eeuwen van
onze jaartelling. Er bestaat hieromtrent een legende die vertelt dat bisschop
Ambrosius van Milaan en kerkvader Augustinus van deze lofzang beurtelings
een regel zouden gezongen bij de doop van Augustinus in 387. Jarenlang
is deze hymne dan ook betiteld als 'Ambrosiaanse Lofzang'. Bisschop Ambrosius
is echter niet de dichter geweest. De hymne wordt toegeschreven aan bisschop
Nicetas van Remisiana, die in de vijfde eeuw in Dacië leefde. Waarschijnlijk
hebben verschillende dichters eraan gewerkt en stammen de oudste delen
reeds uit de derde eeuw.
Het Te Deum is geschreven in ritmisch proza en vertoont duidelijk overeenkomsten
met de psalmen: net als in de psalmen worden zinnen in andere bewoording
'herhaald'. Ook zijn er verwantschappen met het Gloria en het Sanctus
uit de Mis.
Ondanks de betrekkelijk jeugdige leeftijd (27 jaar!) waarop Delalande
het Te Deum schreef lijkt dit meesterwerk al een samenvatting van zijn
groot kunstenaarschap. Het werd voor het eerst in 1684 uitgevoerd in Versailles
ter eer en glorie van God en de Koning.
|