|
1. Jubilate Deo, omnis terra,
servite Dominum in laetitia,
introite in conspectu ejus in exultatione.
2. Scitote quoniam: Dominus ipse est Deus,
ipse fecit nos, et non ipsi nos,
3. populos ejus, et oves pascuae ejus.
Introite portas ejus in confessione atria,
ejus in hymnis confitemini illi,
4. laudate nomen ejus,
quoniam suavis est Dominus,
in aeternum misericordia ejus,
et usque in generationem veritas ejus.
|
1. Juich de Heer toe, heel de aarde,
dien de Heer met vreugde,
kom tot hem met jubelzang
2. Erken het: de Heer is God,
hij heeft ons gemaakt, hem behoren wij toe,
3. zijn volk zijn wij, de kudde die hij weidt.
Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan,
4. breng hem hulde, prijs zijn naam:
de Heer is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.
|